De projecten

Auteur: Mark Janssen

s Avonds hebben Huub en Maria van Lieshout een het complete voetbalteam van Kampi ya Samaki voorzien van nieuwe voetbalteneus. Als voormalig uitbaters van café d’n Hoefslag hebben zij al vele malen aan verschillende voetbalteams t-shirts gesponsord. Vandaag gingen ze even weer terug in de tijd.

Via het “Sport development program”, ondersteund Lobade plaatselijke sportclubs bij het opstarten en organiseren van verschillende sportactiviteiten. Via teamssport leert de jeugd om gezamenlijk prestaties te leveren. Hierdoor is de jeugd van de straat en leert men samen te werken.

Aan de blijde gezichten kon je zien dat deze voetballers erg dankbaar waren, ze straalde van geluk, dus wij als donateurs ook.

Op maandag gingen we de zonne-energie systemen die Lobade via het programma “Darkness out of school” heeft verschaft bekijken en tevens controleren. Na een fikse wandeling kwamen we bij de eerste school die Lobade ooit van zonne-energiesystemen voorzien heeft aan. Peter schonk deze basisschool ook nog 60 zakken cement voor de bouw van een nieuw klaslokaal.

Dat de wandeling in de stralende zon, klimmend naar de top van de kliffs, niet gering was bleek wel uit het feit dat ons pap er erg rustig / stil van werd en Huub de dingen niet meer zag zoals ze zijn. Toen Huub even stil stond te kijken zag hij de loslopende koeien namelijk aan voor Kamelen. Zijn opmerking: “Kijk die skonne kamelen daar eens”, zorgde dan ook voor de nodige hilariteit in de groep.

Na deze eerste school gingen we met de busjes nog naar een aantal andere scholen kijken. We tufte door de binnenlanden van Kenia, natuurlijk vonden onze gasten dit geweldig. Op sommige plekken kon het busje nauwelijks de steile hellingen beklimmen of de riviertjes passeren. 4X4 Adventure!!!

We kwamen aan in een dorpje waar de bevolking keer ofdat men water zag branden. Het leek wel of men nog nooit geen blanke gezien hadden. Gedeeltelijk is dit natuurlijk wel waar. In de binnenlanden kom je zelden een toerist tegen, af en toe zo’n verdwaalde avonturier, laat staan 3 busjes vol mzungo’s. Voor dit dorp maar zeker ook voor ons was dit bezoek een heel spektakel.

We bezochten de plaatselijke markt, en kochten voor de lol en ter ondersteuning van de lokale economie wat fruit en lekkernijen. Na heb bezoek aan “the market” bezochten we de school, waar men liet zien welke impact de zonne-energie systemen op de onderwijs prestaties hadden. Het werk wat Lobade verricht is wereldwijd gezien maar een druppel op de gloeiende plaat, maar de lokaal worden de mensen hier met die kleine druppeltjes er heel erg mee geholpen. Mooi werk dus!! Toen ons pap die blije kleine zwarte negertjes zag lachen kreeg hij er toch even een brok van in zijn keel. Wat zijn deze kinderen toch blij met de kleine niet materiële dingen. Het zijn de kleine dingen die het doen!!

De laatste dag in Kampi ya Samaki hebben zijn we met de groep gaan kijken hoe de een compleet nieuw zonne-energie systeem bij een plaatselijke school werd geïnstalleerd. De materialen voor deze school werden gefinancierd met de € 300,00 die ons pap, Huub en Maria bijeen verzameld hadden. Aangezien ons pap wist hoe zo’n elektrisch systeem geïnstalleerd moest worden, lieten wij hem z’n gang gaan en lieten hem zweten. Voordat we vertrokken vond er nog even een officiële ceremonie plaats en werden de panelen, onder toeziend oog van de foto camera’s symbolisch overhandigd.

De laatste avond in Kampi hebben we met z’n allen bij Soi gegeten alwaar het personeel de groep wederom verraste met de Jambo song. Traditiegetrouw dansen, zingen en feesten alle obers, koks en andere medewerkers aan het eind van een diner met veel ophef in polonaise door de eetzaal. Erg leuk en altijd gezellig.

Kampi Ya Samaki

Auteur: Mark Janssen

Op zaterdag 11 november (De elfde van de elf) gingen we met het hele gezelschap back to Kampi ya Samaki, back home. Ondanks het feit dat we gedurende de reis in verschillende luxe lodges hebben gelogeerd, vond ik deze week toch wel het aller mooiste gedeelte van de reis. In dit dorpje kon ik ons pap, Erik, Huub en Maria laten zien waar ik al die tijd verbleef. Kampi ya Samaki ofwel het kamp (dorpje) van de vissen.

Bij aankomst werden we al meteen verwelkomt en brachten we onze gasten naar “Roberts Camp” de toeristen camping. Ons pap, Erik, Huub en Maria kwamen in een prachtig vakantie huisje terecht. 3 slaapkamers, keuken, kamer, badkamer geweldig mooi.

De andere gasten, Fien, Wim, Bert en Kees, kwamen in een nog mooiere houten huis terecht. Een houten huis op palen kort bij het meer. Het uitzicht vanaf hun terras of vanuit hun slaapkamer was beautiful.

Nadat iedereen gesetteld was, gingen we lunchen in het restaurantje waar Bas en ik dagelijks onze maaltijden nuttigen. Dit restaurantje is eigendom van Otiz een goede vriend van ons en de broer van “onze moeder” Anne. Hij had uitstekend zijn best gedaan, zodat alle gasten direct in de gaten kregen dat wij hier niets te kort komen.

’s Middags hebben we ook nog even rustig rondgewandeld en lieten wij de mensen zien in wat voor een prachtig dorpje wij nu leven.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus zondag’s nacht ben ik nog even opgestaan om de op mijn telefoon te kijken wie het nieuwe prinsenpaar van Wilbertoord is geworden. Mijn carnavals collega / kameraad Mark Selten had me gesmst over de uitslag.

Toen ik zag dat Frank en Moniek van Amstel samen met Linda Nabuurs zijn verkozen als prinsenpaar 2006 kon mijn dag of beter gezegd nog nacht niet meer stuk. Enkele weken geleden hadden de prinsenspeurders van de lokale omroep Mill mij nog in Kenia gebeld. Zonder enige voorkennis van andere speurneuzen, gokte ik toen op dit prinsenpaar. Alleen al daardoor vond ik dit erg leuk. Ook vond ik het natuurlijk extra mooi dat mijn nicht Moniek prinses was geworden en NGDT-er Linda uit onze vriendengroep narrin. Deze carnaval dus weer dubbel feest, zeker nu onze vriendengroep voor de tweede keer op rij gewonnen heeft met de carnavalsslager en voor de derde keer een nar mag heeft geleverd. Dubbel feest, of zoals altijd, dorpsgenoot Math Gieben zou zeggen Lekker 100% feest.

Zondag’s ochtend gingen we op “uitnodiging” een kijkje nemen bij een van de vele kerken die men hier in Kampi heeft. Na een half uur arriveerden we er en hebben we genoten van heel het spektakel met veel zang en dans. Alle teksten werden speciaal voor ons in het Engels vertaald, waardoor de dienst extra lang duurde. Maargoed het was er wel gezellig.

Aan het eind van de mis, hebben we het kerkbestuur nog een financiële injectie gegeven voor de bouw van de kerk. Met het klein beetje geld wat wij als Nederlanders makkelijk kunnen missen, zijn de mensen er hier erg mee geholpen.

’s Middags gingen we met een paar motorbootjes over het meer varen en kregen we van Otis op een eiland een picknick lunch met lauw bier aangeboden. We lieten dit pilsje lekker smaken.

First Safari

Auteur: Mark Janssen

De eerste reis leidde ons naar de Masai Mara, een van de bekendste national parks van Kenia. Afgelopen week betitelde de landelijke krant the Nation het park nog “The 7th worldwonder”, wij hebben dit gecheckt en kunnen het zeker beamen.

Onderweg van Nairobi naar de Masai Mara kwamen we al vrij snel vanuit de stad in een woestijnachtig gebied. Onze Erik en ons pap hadden niet verwacht dat het contrast tussen stad en wildernis zich al zo snel zou aandienen. In Kenia zijn de meeste wegen slechter dan slecht. Daar waar ik het inmiddels gewent ben en niet meer spannend vind maar irritant, genoten ons pap, Erik, Huub en Maria zichtbaar van de spectaculaire reis. De bulten en gaten in de weg deden lieten onze darmstelsels aardig schudden. Ons pap zei nog “Er zijn vele wegen die naar Rome leiden; maar deze is niet al te best”. Erik en Huub voegde hier nog aan toe “Hier heeft men geen TomTom navigatiesysteem, maar een TamTam”. Haha

Na een flinke rit van drie uur kwamen we uiteindelijk bij de super de luxe Mara Simba Lodge aan. Onze reisleider Peter Marttin had een andere, goedkopere, lodge geboekt, maar aangezien deze vol was konden we op kosten van Twiga toers, de toeroperator in deze lodge verblijven. Het was een prachtig verblijf voor de echte rijke prins bernard’s onder ons.

Bas en ik zijn beide zeer tevreden over het eten dat we in Kampi ya Samaki voorgeschoteld krijgen, maar de uitgebreide buffetten die we in deze lodge voorgeschoteld kregen, gingen alle wensen te boven. Ik zag dat iedereen zichtbaar aan het genieten was, vooral ons pap.

Ons mam had voor de reis het idee dat pa zou afvallen door het weinige eten in Kenia. Nou… hij zal eerder aankomen zijn want hij heeft genoeg te eten voor geschoteld gekregen.

Tijdens ons verblijf in de Masai Mara hebben we meerdere safaritochten gehad. We kwamen er de mooiste dieren tegen, bijna de complete “Big Five”. We zagen verschillende vogelsoorten, olifanten, leeuwen, giraffes, gnoes… noem maar op!

Ook bij de lodge zelf wemelde het van de dieren. Zo lagen er hippos (nijlpaarden) en krokodillen in het riviertje bij het restaurant. Onder toezicht van apen, katten en hippo’s maakte de krokodillen een vogel meester. Het was prachtig om te zien, helaas was het te donker om goede digitale foto’s te maken. Maar goed, tijdens een gemiddelde safari worden toch al honderden, duizenden foto’s gemaakt. Wat dat betreft lijken wij Europeanen net zo goed op de Aziaten.

Na het verblijf in de Mara Simba lodge vertrokken we op vrijdag 10 november naar Nakuru park. Hier konden we de flamingo’s bekijken. Helaas is het waterpeil van lake Nakuru evenals die van lake Baringo het laatste decennium enorm gedaald, waardoor er vele flamingo’s uit dit meer vertrokken zijn. Dit is niet goed voor het toerisme, zeker niet als het lake over een x aantal jaren droog komt te staan.

Opwarming van de aarde is niet de enige reden van de dalende waterpeilen in de Keniaanse meren. Ook goedbedoelde ontwikkelingssamenwerkingsprojecten zijn hier de oorzaak van. Door irrigatiewerken langs de verschillende rivieren kunnen lokale boeren, landbouw bedrijven. Hier kan slechts een enkele leefgemeenschap de vruchten van plukken. Door deze projecten daalt het waterpijl in de rivieren, waardoor de meren niet meer voldoende toevoer krijgen en er dus meer water verdamt dan naar het meer stroomt. Zo zie je maar weer hoe complex vele ontwikkelingssamenwerking vraagstukken kunnen zijn.

Aan de ene kant wordt een lokale leefgemeenschap enorm geholpen door zo’n irrigatieproject. Zo’n gemeenschap teelt voedsel voor eigen verbruik en genereert inkomsten door export naar andere regio’s. Dit terwijl een veel grotere groep mensen de negatieve gevolgen van de uitdroging van een meer voelt. Door uitdroging van een meer, daalt de toerisme, visvangst en op de langere termijn is het zelfs mogelijk dat men in de binnenlanden op bepaalde stukken helemaal geen water meer heeft. Dit zou erg zijn want: Water is leven!!!

Nakuru park is evenals Baringo ook een “part of the rift valley”. Miljoenen jaren geleden is de aarde ter hoogte van de rift valley uiteen gespleten en verschoven. Door dit natuurlijke gevolg kun je prachtige klif wandelingen maken. Boven zo’n klif heb je vervolgens een prachtig uitzicht op een gebied. Vanaf de rand kijk je soms wel zo’n 100 meter stijl naar beneden. Je uitzicht is dan ongeveer gelijk dan wanneer je met een motor vliegtuigje in de lucht vliegt.

Ons pap dacht om, zoals gewoonlijk weer grappig te zijn, en ging zover mogelijk op het randje van de klif staan, zodat wij daar foto’s van konden maken. Alle medereizigers vonden dit niet veilig en waarschuwde ons pap voor los liggende stenen. Gelukkig is hij er niet vanaf gevallen en konden we samen met hem gaan overnachten in het Stem Hotel, aldaar.

In dit hotel overnachten weinig internationale toeristen, maar voornamelijk Kenianen zelf.
Ondanks dat we in de ‘VIP’ rooms zaten was dit hotel wel een paar stapjes terug ten opzichte van de superdeluxe Mara Simba lodge, “but it was still good enough for us”.

The arrival day

Auteur: Mark Janssen

Daar stonden we dan, te wachten op onze pap, Erik en natuurlijk Huub en Maria van Lieshout. Terwijl het in Nairobi wat kouder is dan dat we van Kampi ya Samaki gewend zijn stonden we buiten de aankomsthallen van het vliegveld. Rond een uur of zeven kwam de club Nederlanders aanlopen. Na een begroeting konden we meteen in de busjes die ons de komende twee weken zouden vervoeren door Kenia. Na een kort ritje kwamen we in het Ambassador Hotel in Nairobi. Hier maakten we uitgebreid kennis met de andere reisgenoten. Ons pap, Onze Erik, Huub en Maria die kende ik natuurlijk al. Thuuhhh.

We maakte kennis en kletste gezellig over het reisprogramma en over van alles en nog wat. Ons Pap deelde de groep mee dat hij samen met Huub en Maria nog zo’n € 300,- voor Lobade had verzameld. Huub en Maria hadden een tas voetbal tenues van een kennis overhandigd gekregen, ze legde uit dat als wij daar een bestemming voor wiste we deze konden afgeven.
(Beide donaties zijn tijdens de reis overhandigd)

De andere reisgenoten, Fien, Wim, Bert en Kees waren vrijwilligers van Lobade. Samen hebben ze al veel geld ingezameld voor de projecten die Lobade uitvoert.

Na gezamenlijk gezellig gekletst te hebben, liet ik ons pap en Erik zien welke hotelkamer Bas en ik in eerder onder water hebben laten lopen, we sliepen nu namelijk in hetzelfde hotel.

Vervolgens was het tijd om naar bed te gaan. Ik raakte uiteindelijk in gesprek met Erik en we hebben veel te lang bijgepraat over de laatste roddels en weetjes uit Wilbertoord. Uiteindelijk was het drie uur voordat ik ging slapen. En dat terwijl de wekker voor de volgende dag al op zes uur ’s ochtends klaarstond.

Paniek

Auteur: Mark Janssen

Nadat we ’s ochtends bij the Thomson falls in Nyahururu ontbeten hadden, gingen Wim van de Aker, Bert Wijnen en ik na ons ontbijt nog snel even wat African Arts inkopen doen. We werden door vele verkopers belaagd, iedereen probeerde ons de verschillende duka’s binnen te lokken en iedereen probeerde zo veel mogelijk geld aan ons te verdienen. Het inkopen, handelen en onderhandelen was al een hele onvergetelijke gebeurtenis op zich. Naast een speer kocht ik van allerlei leuke spulletjes.

Toch was dit niet de enige onvergetelijke gebeurtenis die wij deze dag meegemaakt hebben. Na een paar uur in het busje gezeten te hebben, arriveerden we bij het Mountain Rock hotel aan de Mount Kenia. Naast de Kilamanjaro is deze berg, met een hoogte van 5199 meter de, grootste van Afrika.

Na een uitgebreide lunch gingen we samen met een gids een wandelingetje maken. Doordat het regende twijfelde sommige nog of dat ze wel mee wilde lopen, maar uiteindelijk gingen we gezellig met de hele groep een boswandeling maken.

Onze gids vertelde ons van alles over de bomen en planten die we tegenkwamen, vol passie legde hij uit hoe de Keniaanen deze bomen en planten als medicijnen, zeep of gif konden gebruiken. Omdat het in Kenia op het moment “short rain season” is, begon het tijdens de trip nog harder te regenen. Terwijl de modder en klei de paden spekglad maakte, baanden we ons een weg door de bossen van Mount Kenia.

We zagen er prachtige natuur. Apen, planten, bomen, riviertjes het was een echte boswandeling, zoals ik me die nog herinner van de tijd dat ik als kind regelmatig met school of het gezin een middagje gingen wandelen.

We liepen verder en zagen verschillende voetsporen en uitwerpselen van olifanten die hier schijnbaar op bepaalde momenten van de dag vrij rondliepen. “Vooral als het regent kunnen deze zware viervoeters wel eens in dit gedeelte van de bossen komen’, aldus onze gids. Tijdens een gesprek legde deze gids aan Peter Marttin uit dat hij als gids veel ervaring had en dat er met hem in de buurt weinig kon gebeuren.

Het was een gezellig wandeling, maar toen gebeurde het!!!!. De gids schrok zich enorm, stook zijn hand uit en fluisterde: “elephant, elephant, we have to go, run run!!”. Bas in ik hadden het al gelijk in de gaten, raakte in paniek en renden als gekken weg.

Iedereen schrok, ik zag Maria van Lieshout vallen, maar gelukkig hielp de gids haar snel overeind. Schijnbaar was de angst op mijn gezicht af te lezen, want Wim van de Aker schrok door de angst die ik op mijn gezicht uitstaalde. Hij kon aan mijn gezicht zien dat het geen grapje maar menes was en wist dat hij snel uit de voeten moest.

Doordat Bas en ik met z’n tweeën het snelste gereageerd hadden op de adviezen van onze gids, waren wij het verste weg over het brede bospad gerend. Inmiddels had de gids iedereen gewaarschuwd dat men de bush bush ofwel het struikgewas in moest vluchten. Bas en ik stonden nog steeds in het midden van de weg en zagen deze olifant met z’n slagtanden al uit de bush bush richting ons rennen. Hij flapperde met z’n oren en we trompetterde er een eind op los. We zagen deze grote viervoeter op nog geen 15 richting ons toe rennen, wat een grote slachttanden!!!

Ik dacht: “Wij staan hier verkeerd en moeten maken dat we wegkomen”, we renden, vlogen, sprongen de bush bush in. Terwijl de olifant zijn met zijn trompetter geluid door het hele bos galmde, vluchten, renden, sprongen, vlogen, we door het struik gewas.

Iedereen was in paniek, Bert Wijnen vluchtte net voor mij de bossen in. Ook onze Erik en ons pap renden, sprongen en vlogen over alle takken en struiken heen. Terwijl de beelden uit de film Jurassic Park door mijn hoofd schoten, volgde ik de schimmen voor me en rende ik voor mijn leven.

Doordat er in het struikgewas geen rechte paden zijn, en we allemaal in paniek waren, zag ik ons pap voor me op de grond onderuit vallen. Hij keek doodsbang om zich heen, ik dacht: Ik laat hem niet alleen achter, als hij eraan gaat, dan ik ook maar en probeerde hem snel weer overeind te helpen.

In mijn linker ooghoek zag ik onze Erik verstijft staan te kijken, terwijl ik in een fractie van een seconde achter ons die olifant rond zag dabberen. Voor de tweede keer maakte hij een trompetter geluid, die een hele fanfare bijelkaar nooit zou kunnen maken. Wat kunnen die beesten toch een geluid maken en hard rennen. Phoe Phoe

Ik denk dat ik, in heel mijn leven, nog nooit zo bang ben geweest, zeker toen ik “ons pap” angstig op de grond zag liggen.

Met z’n drieen rende onze Erik, ons pap en ik verder richting de groep. Na een halve minuut kwamen we allemaal weer op een iets rustigere plek weer bij elkaar. Iedereen was doodsbang maar blij dat de olifant weg was. Natuurlijk was iedereen nog in paniek omdat die ene olifant met zijn vrienden nog terug kon komen om ons aan te vallen.

Toen we allemaal beschut en “rustig” bij elkaar stonden kwamen we er achter dat onze begeleider Peter Marttin was verdwenen. Niemand had hem meer gezien, en iedereen was bezorgd over hem. Terwijl de gids ging zoeken bleven wij allen verdekt opgesteld staan. Van de ene kant was ik bang dat Peter door dat beest gegrepen zou zijn, maar van de andere kant vertrouwde ik erop dat hij op eigen gelegenheid terug zou zijn gewandeld, dan wel ergens beschut op de grond lag.

Iedereen reageerde op z’n eigen manier, ik begon te lachen terwijl Erik mij probeerde stil te houden en Bas stond te vloeken van de schrik. We moesten stil zijn anders konden de olifanten ons misschien wel horen. Toen Huub van Lieshout en Fien van de Aker, dachten dat er weer een aantal aan kwamen rennen, had ik het niet meer en dacht: “O my God”.
De gids kwam zonder Peter terug, hij stelt voor dat we hem met z’n alle zouden gaan zoeken. Aangezien wij zowel het gevaar als de weg niet kende leek me dit geen verstandig plan. Fluisterend legde ik onze gids uit dat het me verstandiger leek dat hij er eerst voor zou zorgen dat wij allemaal veilig naar onze lodge werden gebracht. Vervolgens zou hij dan met de lokale bevolking naar Peter op zoek kunnen gaan, misschien was hij inmiddels al terug gewandeld? Doordat deze “locals” het bos veel beter kennen dan wij als doodsbange verdwaalde toeristen, kun ze veel efficiënter, effectiever en veiliger op zoek naar onze vermiste.

Samen met de gids vluchtte we dus zo snel mogelijk de bossen uit. Toen we over een slootje moesten springen, zei Maria van Lieshout: Oeehh dit kan ik nooit, maar ze had geen keus ze moest springen. Na dit angstaanjagende wandelingetje zag ik vol opluchting de muren van het hotel weer.

En ja hoor, bij het hotel zagen we dat Peter al met een aantal medewerkers klaar stond om naar ons op zoek te gaan. Toen we hem zagen en we weer veilig in het hotel beland waren, kwam er een waas van opluchting over de groep heen.

Peter was achterop geraakt en was dus alleen, toen hij die olifant zag, kon hij geen kant meer op en was stil onder een struik gaan liggen. Toen de olifant weggelopen was, is hij zachtjes op eigen houtje naar het hotel gelopen en was alvast begonnen met het opzetten van een reddingsactie voor ons.

Nadat de rust was wedergekeerd kwamen de tongen los en vertelde iedereen zijn verhaal, gelukkig konden we het nog allemaal na vertellen en dus konden we erom lachen. Dit was toch wel een “first class 5 sterren safari”. Dit levensgevaarlijke jurassic parc avonduur, maken maar weinig toeristen mee. Exciting!!!!

’s Avonds heb ik net zoals bij het eerder gebeurde avondtuur van “de Overval” nog snel een paar dubbele wiskey’s met cola gedronken. En flink na geborreld, happy that we’re still
allife.

Dit was misschien wel de meest indrukwekkende, enge, spannende avontuurlijke gebeurtenis in mijn leven. Ik denk dat ik nog nooit zo erg ben geschrokken en nog nooit zo hard voor mijn leven heb gerend.

Part I Magical Kenya

 

Auteur: Bas Craane

Is het magie of is het toch de schoonheid van dit land? Ik weet het en wie het wil zien moet zeker naar de Masai Mara komen in Kenia…Dit park is de schoonheid van Kenia!

Woensdag 8 november samen met de eerder aangekomen familie en vrienden van Peter en Mark op weg gegaan naar het Masai Mara National Park..
Aangekomen in het park verbleven in een van de luxere ressorts in het park, Mara Simba Lodge. Alles van hout en supergaaf afgewerkt en zeer luxe kamers van meer dan $100 per nacht. Ja, het was een luxe zeker waar we de afgelopen 14 weken hebben gezeten.

S’middags aangekomen en spullen op de kamers gelegd en vervolgens genoten van een uitgebreid lunchbuffet. Om vier uur was het moment daar en gingen we met onze eigen four wheele drive busjes opzoek naar het wild..Deze middag hebben we vrijwel alle dieren gezien die we konden zien, kortom een geslaagde middag..

Terug gekomen een heerlijke hete douche gepakt en even wat geslapen want die rit vanuit Nairobi naar Masai Mara was niet niks..S’avonds weer lekker van een goed buffet genoten en vroeg naar bed gegaan.

De wekker ging de volgende ochtend weer vroeg circa 6:00 want om 6:30 stond er weer
een safari op het programma. Ons werd verteld dat we mogelijk leeuwen konden spotten
die op jacht waren. We hebben genoeg leeuwen gezien maar helaas was de jachttijd alweer
voorbij..De ochtendsafari was minder mooi dan die dag ervoor maar het blijft geweldig.
Vervolgens om 16:00 in de middag tot 19:00 een safari gemaakt, wederom geweldig en
zeker wanneer de zon om 18:30 onder gaat..Ja, ja die foto’s heb ik zelf gemaakt super!

Op vrijdag eindigde onze trip in de Masai Mara en gingen we op weg naar het Lake Nakuru
National Park..Dit park was qua dieren minder mooi maar de uitzichten
waren adembenemend mooi.. S’avonds in een hotel geslapen in Nakuru..

Zaterdag was het weer tijd om terug te gaan naar het dorp om de groep het gebied te
laten zien waar Lobade werkt en wat wij allemaal doen in het dorp voor het project…
Tot donderdag zijn we in het dorp gebleven en hebben de omgeving rondom Kampi Ya
Samaki verkent. Deze dagen hebben we tijd gehad om samen met onze stagebegeleider
het project door te nemen en het aan te passen naar de wensen van de stichting. Voor ons
is het dorp niet meer nieuw en hebben ons weer gericht op het project.

Donderdag zijn we weer vertrokken uit het dorp om verder te reizen. Samen met onze
begeleider besloten om de computer mee te nemen om tijdens de vrije uren die we
hebben te werken aan ons project.
Part II Don’t forget the guide…

Het was vrijdag 17 november 2006 terwijl ik dit schrijf..Ik zat op onze kamer van de Mount Rock Lodge in het Mount Kenya National Park…Die middag hebben wij als groep de schrik van ons leven gehad.. Waarom?? Big steps don’t lie…

Het regende om 15:00 die middag maar wat is mooier om dan door de bush te gaan wandelen met een gids van het hotel..Mount Kenia staat namelijk bekend om zijn mooie planten en bomen..Dus wij lopen lekker door het bos maar van te voren was verteld dat we op de paden bleven omdat er mogelijk wild in de bossen kon rondlopen..Af en toe wat flinke sporen gezien van olifanten want die schenen er s’avonds rond te dwarelen..Oke, het was vlakbij het hotel dus echt veel wild kun je er niet tegenkomen dachten wij..

Na ongeveer een uurtje liepen we met de groep op een zandpad van 3 meter breed in de regen en alles zat onder de klei, het was echt een bende…smerige schoenen daar was ik alleen maar met mijn gedachten bij tot dat ik in een keer iedereen zag omdraaien en weg zag rennen en ja, hard rennen…Ik keek naar rechts en zag 10meter voor me een gigantische olifant een heel hard gebrul maken en zo uit de bush de kant van ons opkwam en niet lopend maar met een redelijke vaart..Iedereen dook de bush in en ik heb in mijn leven nog nooit zo hard gerend als toen…In de bush zijn we als groep bij elkaar gaan staan en naar de gids geluisterd…maar wat bleek Peter onze begeleider was nergens te bekennen…Roepen en bellen had niet veel zin want a het netwerk lag eruit en b Peter gaf geen antwoord…Mooi klote moment als je daar staat midden in de bush waar elk moment een olifant kon staan..De gids ging Peter zoeken maar naar een kwartier kwam hij terug met de mededeling dat hij hem niet gevonden had..Vervolgens besloten om door de bush terug te gaan naar het hotel, dat gelukkig snel te vinden was. Enge dingen want overal stonden voetstappen van olifanten en er kon er zo een voor je neus staan…
Ik de gids verteld dat hij met een paar parkrangers Peter moest gaan zoeken want mogelijk was Peter nog ergens..Aangekomen in het hotel stond Peter al bij de receptie en was bezig om de rangers te roepen om ons te zoeken..Gelukkig bleek iedereen ongedeerd en de groep was weer veilig en compleet!

Wat een ervaring…gelukkig konden we er om lachen met een biertje aan de open haard in het hotel..we zijn er duidelijk van bewust dat dit geen geintje was en dat….Dit is de reality wat kan gebeuren in Kenia..

Na dit spannende avontuur zijn we vertrokken richting de grens van Kenia/Tanzania oftwel naar het Amboseli National Park. Volgens de boekjes de een van de mooiste parken na de Masai Mara. Ook hier weer voldoende luxe gehad en weer veel mooie beesten gezien.

Sinds gister zijn we weer terug in het dorp Kampi Ya Samaki om onze tijd te besteden aan de projecten. Het project loopt op rolletjes..en verwachten het af te ronden in Kenia…mogelijk misschien nog wat vertalingen doen in Nederland maar dat is niet erg…

Ten slotte wil ik melden dat ik de berichten op het nieuws in Nederland heb gelezen over de overtsromingen in o.a. Kenia…Het korte regenseizoen is begonnen…maar het regent hier meer dan verwacht, alles is weer groen dat 3 weken geleden nog geel was Wij hebben hier geen last van overstromingen maar de rivieren staan weer goed vol i.p.v. leeg..

We zullen maar zeggen dat deze regen een geschenk uit de hemel is want er is weer genoeg water in Afrika! Dat is leven en goed voor de economie!

Rafikies, ik spreek jullie snel!

Ciao!

Muntdrop en kaas

Eindelijk was het dan weer zover dat de gasten van de Lobade foundation in Nairobi arriveerden. Ook “ons” pap” en “onze” Erik kwamen eens kijken hoe het met me ging.

Verder kwamen de donateurs Huub en Maria van Lieshout en andere een bezoek brengen. Huub en Maria hebben op 10 juni samen met de “Janssen family” en een aantal vrijwilligers een feest in hun voormalig café, d’n Hoefslag georganiseerd. De opbrengst van deze feestavond hebben zij 100% aan stichting Lobade gegeven. Hun voorwaarde was dat er niets aan de “strijkstok”zou blijven hangen, dus dat de geschonken €1500,- volledig op de juiste plek terecht zou komen. Voor eigen vakantie, uit interesse en ter ‘controle’, kwamen zij dus nu een kijkje nemen hoe Lobade haar projecten uitvoert.

Verder arriveerden er nog 4 andere belangrijke gasten genaamd Fien, Wim, Bert en Kees. Deze groep mensen hebben namelijk veel vrijwilligers werk voor Lobade verricht.

Om al dit “hoog” bezoek op een juiste manier te ontvangen, waren Bas en ik na een lange matatu trip al een dag eerder in Nairobi gearriveerd. In deze stad hadden we eerst een ontmoeting met onze “Keniaanse moeder” Anne en onze Nederlandse begeleider Peter. Beide waren alweer enkele dagen in Kenia. Wij hadden ze alweer een hele tijd niet gezien. Anne was namelijk 3 weken in Nederland geweest. Zij was daar om als lid van de derde Kamer in haar werkzaamheden uit te voeren. Doordat zij toch in dat prachtige kleine kikkerlandje was, kon ze ook meteen werkzaamheden voor Lobade uitvoeren. In dat kader heeft ze weer flink genetwerkt met donateurs en een aantal gastcolleges bij diverse scholen gegeven.

Ook Peter kwam hier weer om alle projecten te begeleiden, hiermee zijn we erg blij. Doordat we alweer een hele tijd zelfstandig hebben moeten werken, waren er natuurlijk een aantal vragen ontstaan en hadden we hem nodig om weer verder te kunnen. De komende tijd zullen we het dan ook weer lekker druk hebben.

Tussentijds hebben we ook nog even van allerlei zaken in Nairobi geregeld. Zo hebben we een bezoek gebracht aan het ministerie van financiën/ Central Bureau Statistieken. Ook hebben we nog even onze visum verlengt.

Wij dachten even snel het visum te verlengen en gingen dus naar de balie van het registratie kantoor. Het begon al meteen goed, we hadden geen pasfoto’s bij en moesten deze dus even laten schieten. In Nederland zou dit slechts een paar minuten in beslag nemen, maar mede dankzij de Keniaanse mentaliteit en techniek hebben we een dik uur moeten wachten.

Nadat wij onze foto’s ontvangen hadden dachten we dan even snel het visum te gaan verlangen. Even wat formuliertjes invullen and that’s it. Althans dat dachten we.

Bij het ene loket moesten we 1 formulier invullen en 2000 shilling betalen. Bij een ander loket moesten we vervolgens 20 minuten wachten om weer iets in te vullen en 200 shilling te betalen, waarna we vervolgens weer in een wachtkamer terecht kwamen. We moesten wachten voor de “fingerprints” ofwel vingerafdrukken. Zo werden we mooi van het kastje naar de muur gestuurd.

Met die formulieren en al die vingerafdrukken, leek het net alsof wij criminelen waren. Dit terwijl je bij het vliegveld alleen maar je paspoort hoeft af te geven en moet afrekenen. Wel leuk om die Keniaanse bureaucratie in werking te zien.

’s Avonds was het dan eindelijk zo ver ik zag onze Erik en ons pap “live in front of me”. Ze kwamen daar met al hun koffers mooi bij het vliegveld aan wandelen. Ons pap merkte meteen op dat ik genoeg te eten kreeg hier. Kei leuk om ons pap en onze Erik weer te spreken. We hebben deze avond veel “gebuurt” eindelijk weer eens Nederlandse praat. Veel gelachen en gesproken over van alles en nog wat. Over de (dorps)politiek, en alle nieuwste roddels of beter gezegd gewoon nieuwtjes over vrienden en bekenden. Erik en ik konden nauwelijks ophouden met kletsen en bleven dan ook ’s nachts tot 3 uur in gesprek. Aangezien we wisten dat we er de volgende ochtend alweer om 6 uur op moesten hebben we ons gesprek deze nacht toch moeten stoppen.

Binnenkort zal ik wel weer eens een verhaal schrijven over de gehele reis, maar nu ben ik even te druk met rond reizen/ projecten te bezoeken en vooral te genieten van alle gezelligheid om ons heen.

Kei gezellig die Nederlanders om je heen, de mensen uit van je eigen stam, de mensen uit Brabant. En natuurlijk nog veel leuker de praat van de eigen mensen uit Wilbertoord en uit ons eigen gezin. Naast al deze gezelligheid vond ik ook de kilo kaas en muntdrop erg lekker!!

Website NCDO derdekamer www.derdekamer.org

T-shirts voor Afrikaans voetbalteam

Wilbertoord / Kampi ya Samaki – Als voormalige uitbaters van café d’n Hoefslag hebben Huub en Maria van Lieshout al vele malen t-shirts gesponsord aan diverse voetbalteams. Zowel de leden van voetbalclub de Willy’s als die van hun eigen café- en tafelvoetbalteam liepen jarenlang in de geschonken shirts rond. Tijdens een studiereis door Kenia hebben ze beide nog één keer een compleet team voorzien van voetbaltenues. Op zondag 12 november werd de kleding aan de leden van de plaatselijke voetbalclub van het dorpje Kampi ya Samaki te Kenia overhandigd.

De Wilbertoorders Huub en Maria van Lieshout zijn deelnemers van de studiereis van de stichting Lobade uit Grave. Tijdens deze reis bezoeken een aantal donateurs (op eigen kosten) de projecten die door Lobade worden uitgevoerd. Het echtpaar organiseerde in de maand juni een afscheidsfeest in het café dat zij zo’n 22 jaar gerund hebben. Dit feest was het laatste evenement, in het inmiddels gesloopte pand.Huub en Maria wilden de opbrengst van deze avond graag aan een goed doel overhandigen.

Gezien er vele goede doelen en verenigingen zijn, was de keuze niet gemakkelijk. Uiteindelijk is er voor de Lobade foundation in Kenia gekozen. ´Dorpsgenoot Mark Janssen verblijft hier namelijk een aantal maanden en zou er dan op toe kunnen zien dat het geld goed besteedt wordt´ legt Huub uit. Maria voegt hier fanatiek aan toe: ´Wij willen dat er niets aan de strijkstok blijft hangen. Dat zou zonde zijn´.

In totaal is er door dit feest en een aantal andere acties uit het dorp ongeveer zo’n €4000,- voor Lobade verzameld. Met dit geld zijn door het programma ´darkness out of schools´ meer dan 5 scholen voorzien van nieuwe zonne-energie systemen. Hierdoor zullen de kinderen ook wanneer het ‘s avonds donker is naar school kunnen en zullen de onderwijsprestaties aanzienlijk toenemen.

Lobade is een kleinschalige ontwikkelingssamenwerking organisatie met relatief gezien lage overhead kosten. Bij de meeste projecten die deze NGO uitvoert, wordt een deelname van de Lokale bevolking gevraagd. Vandaar ook de afkorting: Local Based Development. Omdat de plaatselijke bevolking zelf een bijdrage aan de projecten levert wordt er zuiniger met de gesponsorde materialen omgegaan. ´Lobade investeert veel in vrouwengroepen, sport en onderwijs. Deze items vormen de basis voor de ontwikkeling van een gebied´, aldus de Nederlandse projectcoördinator Peter Marttin uit Grave.

Sport development program
Via het ´Sport development program´, ondersteunt Lobade plaatselijke sportclubs bij het opstarten en organiseren van verschillende sportactiviteiten. Peter Marttin legt uit dat de jeugd via teamsport leert om in gezamenlijk prestaties te leveren. Hierdoor leert de jeugd van de straat om samen te werken. Doordat een kennis van familie van Lieshout toevallig nog een complete sporttas met voetbalkleding thuis had liggen, konden Huub en Maria deze in Kampi ya Samaki aan de lokale voetbalvereniging schenken. Met deze kleding straalt de club eendracht uit en de voetballers verwachten dat hun sportprestaties ongetwijfeld verbeterd zullen worden. ´We zijn nu een echte club geworden´, aldus Othis, de enthousiaste captain van het voetbalteam.

Cultuurverschillen

Auteur: Mark Janssen

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, helaas voor Bas en Karlijn is die tijd van gaan vandaag gekomen. Op het vliegveld van Nairobi zeiden de twee elkaar nog even gedag, waarna Karlijn de lange reis naar Nederland begon.

Nou ja lang….in verhouding met de beruchte matatutrips die soms wel eens 8 uur duren, lijkt me zo’n vliegreis met TV, radio, en uitgebreid eten eigenlijk maar “peanuts”.

Karlijn heeft in de afgelopen weken denk ik, veel meer gezien dan de gemiddelde toerist. Toeristen zien alleen maar luxe lodges, gaan op safari en zien soms een paar arme kinderen. Sommige van hen durven dan ook nog met droge ogen te beweren dat de problemen eigenlijk wel mee vallen.

Eenieder die de straatkinderen in de steden aan de kant van de weg ziet liggen met een potje lijm in hun hand, of die de armoede op het platteland en in de sloppenwijken ziet, weet wel beter.

Nee Karlijn heeft echt veel meer gezien!!!!!!

In haar verslag op Bas zijn waarbenjij.nu site schrijft ze, dat ze hier in Kenia veel geleerd heeft. Verder geeft ze aan dat het beeld wat mensen van Afrika hebben, vaak totaal anders is dan de werkelijkheid. Verhalen op zo’n weblog zijn volgens haar moeilijk te visualiseren.

“Alles ziet er wel uit als rozengeur en maneschijn, maar schijn bedriegt” schrijft Karlijn. Wanneer er foto’s op de sites geplaatst worden ziet iedereen als eerste zo’n mooi zwembad, olifanten, tijgers of die dure lodge. Natuurlijk maak je geen foto’s van ellende, dit word al er niet voor betaald überhaupt niet door de bevolking toegestaan.

Als Europeaan kom je hier niets te kort, zolang je geld heb kun je qua voedsel voldoende krijgen. Verder heeft ze gezien dat de cultuur niet altijd even gemakkelijk is. “ De mensen hier begrijpen je af en toe echt niet, en miscommunicatie is aan het orde van de dag” schrijft ze vervolgens nog in haar verhaal.

Natuurlijk ben ik het wel gedeeltelijk met haar eens. Het is hier niet altijd even gemakkelijk. Gelukkig ben ik dusdanig ingesteld dat ik hier goed mee om kan gaan. Wel vind ik het af en toe erg vermoeiend, lastig dat de mensen steeds maar blijven bedelen. We kunnen niet iedereen steeds maar geld geven. Met lukraak geld uitgeven los je de problemen niet op, bovendien weet je niet of het geld goed besteed wordt. Een alcoholist koop er echt geen eten van, maar wandelt rechtstreeks naar een bar om drank te kopen.

Vandaag toen Bas en ik in Nairobi uit de taxi stapte om naar een matatu te gaan, kwamen er zo’n 50 mensen bij ons, bedelen, iets te verkopen of ons naar de matatu te brengen. Men denkt echt allemaal dat we teveel geld hebben. Bas riep nog: “I am not famous”. Ik kan mezelf best voorstellen dat celeberties, af en toe geïrriteerd raken aan de paparazzi of hun krijsende fans.

Toen we de afgelopen week tijdens een lange matatu trip van 8 uur even een pauze hadden en bij een tankstation inkopen gingen doen, kochten wij wat chips, en een cake met wat water. Tijdens het shoppen kwam er weer iemand naar mij toe en zei: “I am not a tief, I ask you to give me something, so you have to give me, because I am not a tief”.
Natuurlijk hebben wij genoeg om deze man iets te geven. Natuurlijk kan ik dat beetje voedsel of geld gemakkelijk missen, maar wat moet je???? Als ik hem iets geef komen er 100 mensen meer om me heen staan. Ik ben sinterklaas niet. Ik negeerde hem en ging rustig in de bus zitten, vervolgens zag ik hem zielig naar mij kijken. Deze taferelen zijn af en toe niet gemakkelijk, wij komen hier om mensen te helpen, maar moeten tegelijkertijd ook vele mensen teleur stellen.

Nee het is af en toe echt niet gemakkelijk allemaal!!!!

Het is moeilijk om in de Keniaanse cultuur te integreren. Wij als Europeanen hebben gewoon een heel andere achtergrond en andere visies op het leven. Door deze verschillen kun je af en toe best geïrriteerd raken, alhoewel ik er zelf redelijk relax mee omga. Wel begrijp ik nu ineens waarom de integratie problematiek in Nederland zo’n complex vraagstuk is.

Rondrijs met Karlijn – Nairobi

Auteur: Mark Janssen

Na het interessante bezoek aan deze kwekerij vertrokken we naar de laatste bestemming van onze rondreis met Karlijn. We gingen naar de altijd drukke chaotische hoofdstad Nairobi.

Onderweg hadden we al geregeld dat onze vaste taxichauffeur Sammi ons vanaf “the matatu station” naar het hotel zou brengen. Deze keer gingen we niet naar het hotel waar de de vorige keer voor een heuse watersnoodramp hadden gezorgd. Reden hiervoor was niet de waterschade, maar gewoon door het feit dat als je verder zoekt, je meestal nog een goedkopere verblijfsplaats kunt vinden.

We sliepen in het Abbey hotel. Een hotel met goede internet verbinding. Aangezien onze internet verbinding thuis niet echt geweldig is, kon ik nu dus flink surfen. Ik checkte daarom even m’n e-mail en verschillende Nederlandse nieuwspagina’s. Van Elsevier, de Volkskrant, De Gelderlander, nu.nl tot de verschillende verkiezingssites die ons landje kent.

Maar we zijn dus in Nairobi, zie je op elke hoek van de straat de straatkinderen, lijmsnuivers, bedelaars en de prostituees. Door al deze ellende zijn er natuurlijk mensen die proberen om andermans eigendommen af te pakken. Zo probeerde er iemand bij Bas spullen ui zijn rugzak te jatten. Gelukkig zag Karlijn dit op tijd en greep op tijd in. Anders waren we misschien wel weer uren bezig geweest met het invullen van reisverzekeringsdocumenten ect.

De laatste avond zijn nog even samen met Karlijn in het Hilton hotel even wat lekkers westers gaan eten. Een dag later vertrok Karlijn weer naar het rijke Nederland toe, terwijl weer richting het armoedige Keniaanse platteland gingen.